Het geslacht


Tot het geslacht pyrrhura behoren naar mijn idee de meest handzame en intelligente kromsnaveligen. Het formaat loopt uiteen van 20 tot 30 cm. De variatie in ondersoorten is het ook enorm. Het zijn bijzonder sterke vogels die ons klimaat goed verdragen en ofschoon ze de gehele dag bezig zijn ,niet luidruchtig mogen worden genoemd .Voorts worden ze zeer snel tam,waardoor nestcontrole ook eenvoudig wordt . Ze zijn niet bijzonder kieskeurig bij de partnerkeuze of bij de voeding . Wel zijn ze bijzonder gevoelig voor overplaatsingen; die moeten dan ook uiterst voorzichtig gedaan worden. Het voer bestaat uit gemengde zaden , onkruidplanten ,wat fruit en groenten . Ze zijn bijzonder gevoelig voor inteelt. Als kamergenoot hebben ze binnen drie dagen de verzorger geaccepteerd . Bijna alle soorten broeden in het Europese klimaat twee keer per jaar . Hun legsels zijn nogal verschillend;de ene soort heeft nooit meer dan vijf eieren de andere soort daarentegen kan wel tot twaalf eieren leggen , die dan meestal toch goed bevrucht zij  Zelf gemaakte of natuurblokken kunnen als broedblok dienen, maar de meeste geven toch de voorkeur aan een natuurblok.
Een blok van 20 x 20 cm. met een diepte van 40 . en een invlieggat van 5 tot 7 cm. voldoet uitstekend.
Als nestmateriaal kunnen schaafkrullen gebruikt worden welke door de pop tot fijne nestvulling geknaagd worden. Reeds vroeg in het voorjaar worden pyrrhura's broedlustig, niet zelden reeds in februari. Reeds na het leggen van het tweede ei begint de pop te broeden.
De eieren worden met een tussentijd van 2-3 dagen gelegd.
Een normaal legsel bestaat uit 4 tot 6 eieren.
De eieren worden alleen door de pop bebroed terwijl het mannetje zich meestal in de nabijheid van het nest ophoudt. Is de bevruchting van de eieren meestal van 90 tot 100 %, toch is het kippen van de eieren soms heel wat minder, en vooral van de luchtvochtigheid in het broedblok afhankelijk.
Een luchtvochtigheid van 70 tot 85 % is beslist nodig.
De broedtijd bedraagt 22 tot 23 dagen.
De jongen verlaten het nest aan de ouderdom van 6 à 7 weken.
De jongen kunnen tot het volgende broedsel bij de oudervogels blijven de jongen moeten dan ook gesekst worden .Om het geslacht vast te stellen zijn er dus verschillende methoden:
- uitwendig zichtbare verschillen (bijv de kleurvlek bij de mannelijke valkparkiet)
- bloedonderzoek dmv DNA
- Veeronderzoek dmv DNA
- Endoscopische geslachtsbepaling
Endoscopische geslachtsbepaling.
Door een klein gaatje van 2-3 mm in de buikwand te maken kan de dierenarts middels een glasfibersysteem met en lens erop (endoscoop) door de luchtzakken heen de geslachtsorganen van de vogel goed en op simpele wijze bekijken. De vogel wordt hiervoor even onder zeil gebracht met een kapje met zuurstof en isofluraan. De vogels slapen meestal binnen 1-3 minuten, en zijn na de ingreep die een paar minuten duurt, ook binnen 1-3 minuten weer compleet wakker.
Het sterfte risico ligt bij een ervaren dierenarts ver beneden de 5 promille. De nadelen van deze methode zijn dat men met de vogel naar de dierenarts moet en het zeer geringe uitvang en narcose risico. Het voordeel van deze methode is dat niet het alleen het geslacht direct kan worden vastgesteld, maar dat tevens een uitspraak kan worden gedaan over de toestand van bijvoorbeeld de eierstok. Vogels van 10 jaar met een niet actieve eierstok of zelfs een geheel vergroeide (versteende) eierstok zijn weliswaar nog steeds vrouwelijk, maar zullen waarschijnlijk geen eieren leggen. Ook kan vaak een indruk worden gekregen over de leeftijd of broedrijpheid van de vogels. Omdat de dierenarts deze bevindingen zelf in de vorm van een certificaat op schrift stelt is fraude niet zo snel mogelijk als bij DNA onderzoek door derden.





 ©2009 Alle Rechten Voorbehouden - Joost Cabbeke